donderdag, april 06, 2006



Daar ben ik dan weer in het Mestreechse! Een beetje bruiner van de Italiaanse en ook de Zwitserse zon en een beetje dikker van de overvloedige pasta. Maar gelukkig en gezond aangekomen in ons huisje!





3 dagen Zwitserland. Wat was het leuk en fijn om weer een keer bij Titia en Sam te zijn. Vroeger toen we nog bij onze ouders woonden zagen we elkaar zeer regelmatig, alhoewel ik niet zou weten of dat 1 keer in de week of 1 keer in de maand was. We gingen met de twee gezinnen naar de Kibbelkoele in Drente en daar dobberden we in rubberbootjes en keken we allemaal vol bewondering naar de ruggezwemmertjes die mijn grote neef, Peter, had gevangen. Daar moet wel bij gezegd worden dat Titia en ik niet zoveel samen deden; de ongeschreven regel was dat Titia met Petra speelde en ik met Peter. Toen we wat ouder werden en Titia allerlei mooie kraaltjes en steentjes kreeg waarmee we armbandjes en kettinkjes konden maken was dat het begin van onze vriendschap;-)
Later ging Titia een zomer op de Manorfarm in Interlaken werken, waar ze Sam leerde kennen. Ik ging het jaar daarop en alhoewel we daar nooit tegelijk hebben gewerkt, was deze gedeelde ervaring toch bijzonder.

dinsdag, april 04, 2006

Een impressie van de prachtige 9 uren durende treinreis die ik maakte van Rome naar Interlaken, naar Sam, Titia, Daniel en Linda.
Via het Toscaanse landschap (zie foto 1), langs het Lago Maggiore en uiteindelijk het Zwitserse berglandschap.
Nadat ik van de Italiaanse hoofdstad naar Milaan was gereisd, wat al bijna 5 uren had gekost, merkte ik in het volle uur dat ik tijd had om over te stappen, dat ik toch wel erg moe was van het reizen en de afgelopen weken. Plotseling merkte ik namelijk dat mijn mobiel het niet meer deed en daarvan raakte ik redelijk in paniek. Het nummer van mijn nicht stond in de mobiel zelf en daar kon ik dus niet bij om ook maar door te geven dat mijn telefoon het niet meer deed, laat staan om te melden dat ik uiteindelijk aangekomen zou zijn. Ik had niet zo veel tijd meer om een oplossing te vinden en daarom ging ik naar de Vodafonewinkel op het station. Een jonge Milanese bedienster vroeg mij nogal kortaf wat ik wilde. Ik vertelde vervolgens mijn probleem en wilde vooral weten of het aan mijn batterij of simkaart lag. Zij ging mijn Simkaart op een bepaald apparaatje uitproberen maar had daarvoor de pincode van mijn kaart nodig. Maar die lag natuurlijk ergens helemaal onder in mijn bagage en ik had geen tijd die eruit te halen..ooh, ik werd nu echt nerveus. Om een nieuwe pincode aan te vragen ging ze een mevrouw van een Vodafone hoofdkantoor bellen en ineens gaf ze mij de telefoon omdat ik bepaalde dingen moest beantwoorden. Ik werd gevraagd naar het telefoonnummer van mijn mobiel en dat was voor mij het toppunt. Dat wist ik niet eens, ik gebruik die mobiel normaal nooit en wist het dus echt niet. De combinatie met het rappe Italiaans deed mij ineens in tranen uitbarsten...ik geloof dat ik dat mij dat nog nooit gebeurd is, maar het is wel aan te raden. Vanachter uit de winkel kwam een mevrouw aanlopen met zakdoeken en ik werd ineens heel snel geholpen. Ik moest mijn naam en geboortedatum geven en binnen 5 minuten was ineens alles geregeld. Ik had een nieuwe pincode en de telefoon deed het weer. Oef, ik schaamde me rot maar was ook wel heel blij dat het probleem toch nog zo snel was opgelost. Ik kon mijn reis vervolgen met een telefoon die het deed.
Toen ik vanuit Milaan de trein naar Spiez nam, besefte ik me dat voorlopig mijn Italiaanse taalvaardigheid alleen nog maar achteruit zou gaan in plaats van dat er verbetering op zou treden. De trein zat namelijk vol met Zwitsersduits sprekende mensen. Ik heb nog heel gezellig met een Zwitsers echtpaar dat een weekend in Rome was geweest en met een Amerikaanse jongen die een semester in Florence architectuur studeerde, gesproken. Zo ging mijn reis wat sneller en kwam ik na mijn laatste half uur in de bus in Interlaken Ost aan.




Afscheid van Rome...snik. Op donderdag nam ik afscheid van de meeste mensen van mijn werk. Ik had een soort taart meegenomen naar de koffie om elf uur en toen ik boven (in de koffiehoek) aan kwam, zat iedereen al klaar. Ik werd eerst door de directrice toegesproken in het Nederlands en daarna door Angelo in het Italiaans. Normaal doet Janet dit, geloof ik, maar zij was nog steeds ziek. Ik kreeg van de mensen van het instituut een kristallen zonnenbloempje (zie foto) omdat ze me altijd zo zonnig vonden...wat leuk, he! Die middag ging ik met de metro naar Terministation omdat Janet in een van de parallelstraten van het station woont. Ik ging op ziekenbezoek en we hebben nog heel fijn gesproken over mijn stage en het leven verder.
Op de tweede foto zie je van links naar rechts staand Sandra en Simone, daaronder Rocco, Angelo en Ruben (Nederlandse stagiair).